Monthly Archives - juni 2017

Begrijpt de ander jou niet? Lees de 7 tips

Meer genieten van relaties door net iets anders te communiceren. Het kan écht!

Ik betrap mezelf erop dat ik in een gesprek de neiging heb niet bij het onderwerp te blijven. Ik kan nog wel eens enigszins van de hak op de tak springen. Nou hoeft dit op zich niet een probleem te zijn. Wél wordt het een probleem als ik me daarvan niet bewust zou zijn. Ik zie het vaak bij echtparen die in een patroon terecht zijn gekomen. Helaas weten ze elkaar dan niet meer te bereiken. Misschien herken jij je in het volgende voorbeeld?

Joke baalt ervan dat Piet best vaak laat thuis is. Hij heeft een drukke baan en het lukt hem niet om iedere dag rond etenstijd thuis te zijn. Joke zegt daar wat van: “Je bent ook altijd laat thuis”. Piet is het gezeur van haar zat en zegt: “Altijd? Ik ben twee van de vijf keer in de week op tijd thuis. En bovendien: als ik niet werk, dan komt er geen brood op de plank. Het is ook nooit goed. Alles wat ik doe, is nooit goed genoeg”. Joke: “Nou, dat kan ik ook zeggen. Gisteren heb ik de tuin gedaan. Ik heb helemaal geen compliment gehoord. En dat terwijl dat jouw taak eigenlijk is. Ik deed het speciaal voor jou”…………..

Je ziet, dat Joke en Piet langs elkaar heen communiceren. Hoe kan dit anders? Hier volgt een aantal tips:

  1. Gebruik niet zoals Joke woorden als: altijd, vaak, nooit, meestal. Het leidt af en meestal gaat de ander op deze woorden in plaats van op het onderwerp.
  2. Zorg dat je bij het onderwerp blijft. Joke begint met het te laat komen van Piet en verderop gaat het erover dat gisteren Joke de tuin heeft gedaan en geen compliment hierover heeft gehad. Het onderwerp was: Het niet op tijd komen van Piet en dat ze hem mist. Heeft Joke een reactie op wat ze heeft gezegd?
  3. Gebruik een “ik” boodschap als:  a. een ander voor jou onacceptabel gedrag vertoont b. dat jou verhindert aan je behoeften/waarden tegemoet te komen c. je wilt dat hij/zij dat voortaan niet meer (zo) doet. Dit doe je door jouw boodschap op te delen in drie delen 1) het gedrag 2) je gevoel erbij 3) het gevolg ervan. Dit hoeft niet persé in deze volgorde.
  4. Zeg wat je wilt, wat jouw behoefte is en niet wat je niet wilt. Dus geen verwijten.
  5. Gebruik geen “maar”. Dat ontkracht het eerste wat je hebt gezegd. Zet er liever een “en” tussen of zet een punt.
  6. Wacht met reageren als de ander iets heeft gezegd. Ga na wat je denkt en voelt.
  7. Check of jouw interpretatie van wat de ander zegt, ook klopt.

Als Joke handiger communiceert, dan kan het er als volgt uit zien:

“Ik baal ervan, als je maar twee keer in de week op tijd bent voor het avondeten. Ik zit dan alleen met de kinderen aan tafel en ik mis jou dan”.
Als Piet hierop reageert met: “Ja, er moet toch brood op de plank komen?”, dan is het aan Joke om te blijven bij haar eerste boodschap, nl. dat ze Jan mist. En als ze hierop kunnen doorgaan in het gesprek, en Piet doorvraagt wat ze daarmee bedoelt, dan kan er een goed gesprek ontstaan.

 

Lees meer...